| VVR BEGELEIDER
1. Doel van de opleiding
De "Begeleider"
is de persoon die de praktische begeleiding van de trektocht
op zich neemt en de "Gids" bijstaat tijdens de uitvoering
van de trektocht. Zo zal hij/zij o.a. de ruiters ondersteunen
en helpen bij op- en afzadelen, controle van paard en ruiter
bij vertrek en aankomst, helpen bij praktische installatie
van paarden en ruiters, instaan voor de voeding en het drenken
van de paarden en als colonnesluiter fungeren tijdens de tocht
zelf.
De "Gids" zal steeds op hem beroep kunnen doen
bij gebeurlijke ongevallen, bij het eventuele beslaan van
paarden en hem de verantwoordelijkheid kunnen overdragen van
de groep indien zijn aanwezigheid hem bvb. noodzaakt een gekwetst
dier of ruiter te begeleiden.
De "Begeleider" zorgt ervoor dat de colonne bij
het buitenrijden aangesloten blijft en verwittigt de gids
in geval van problemen.
2. Aanvraag
De kandidaat "Begeleider" moet schriftelijk zijn
kandidatuur stellen bij het bestuur van de VVR of diens Pedagogische
Commissie. Het brevet van "Begeleider" is het eerste
kaderbrevet binnen het recreatierijden.
3. Voorwaarden
De kandidaat moet:
- In regel van VVR-lidmaatschap zijn
- Minimum 18 jaar zijn op de datum van het examen
- Op rijvaardigheidsniveau het B-brevet of Sportief Ruiterbewijs
(Bloso) bezitten
- Een ½ dag trektocht zonder zadel hebben volbracht
( attest te leveren door een gebrevetteerd bestuurslid
van het FFE,VFAR of van het VVR )
- Het basis-brevet van het Rode Kruis bezitten en/of afleggen
4. Inhoud
4.1. Technieken
* Hoefsmederij : praktijk = hoefijzer af- en aandoen, nagel
terug inzetten Knopen
* Lederbewerking : eenvoudige reparatie van zadel en tuig
* Topografie - Oriëntatie - Kaartlezen : basisprincipes
* EHBO bij paarden
* Voedingsbehoeften van het paard
* Kennis en bescherming van de natuur
* Giftige planten en struiken voor het paard
* Trektochttechnieken en organisatie
* Wetgeving, wegcode en verkeer
* Rijden:
- in groep
- op de openbare weg
- in het terrein
* Etiquette en wellevendheid te paard
* Brevet Rode Kruis : basisbrevet ( te leveren door Rode Kruis
van België )
4.2. Praktijk
Elke kandidaat zal een trektocht van minstens 2 dagen volgen
als "begeleider" onder het toezicht van een gebrevetteerd
Gids. Tijdens deze trektocht zal er tevens op gewezen worden
welke punten speciaal moeten in acht genomen en/of verbeterd
worden ( effectieve ondersteuning van de gids = 60 punten
)
Elke kandidaat zal een trektocht van één dag
organiseren als zelfstandig organisator en gids. Er zal door
de pedagogische commissie een datum vastgelegd worden en een
- voor de kandidaat onvertrouwde - streek opgegeven worden.
GIDS - VVR
1. Doel van de opleiding
De “Gids” is de persoon die de absolute leiding
van de trektocht op zich neemt. Hij/zij heeft een grote verantwoordelijkheidszin
en een uitgesproken en onbetwiste autoriteit.. De “Gids”
heeft de totale voorbereiding en de uitvoering van de trektocht
onder zijn bevoegdheid en controle en is dé groepsverantwoordelijke.
Zijn beslissingen zullen onbetwist worden aanvaard en hij/zij
zal steeds waken over de veiligheid en het comfort van paarden
en ruiters. De “Gids” zal ook op het terrein steeds
de groep leiden en gidsen en alle gevaarlijke situaties vermijden
het wettelijk begrip van “goed huisvader” indachtig.
De “Gids” zal steeds beroep kunnen doen op en
ondersteund worden door een “Begeleider” met wie
hij/zij in hecht teamverband zullen werken.De “Gids”
beslist in eer en geweten aan wie hij/zij zijn/haar verantwoordelijkheid
over zal dragen indien hij/zij genoodzaakt wordt zich van
de groep te verwijderen zoals bvb. bij het begeleiden van
een geaccidenteerd paard of ruiter.Dit VVR -specialisatie
-brevet is het tweede VVR - kaderbrevet ! Hij/zij zal ook
aan de groep de nodige streekgebonden informatie verschaffen
over bezienswaardigheden, kunst, geschiedenis of folklore
zodat én sport én cultuur verenigd worden.
2. Aanvraag
De kandidaat “Gids” moet schriftelijk zijn/haar
kandidatuur stellen bij de Pedagogische Commissie VVR.
3. Voorwaarden
De kandidaat moet: · In regel van VVR-lidmaatschap
zijn
· Minimum 21 jaar zijn op de datum van het examen
· Op rijvaardigheidsniveau een opgelegde “trail-rijvaardigheidsproef”
afleggen, houders van het Bloso-examenniveau “Initiator”
of gelijkwaardig niveau worden hiervan vrijgesteld
· Het brevet “Begeleider” bezitten sinds
minstens één jaar
· Het brevet “Helper” van het Rode Kruis
bezitten en/of afleggen
4. Inhoud
4.1. Technieken
* Organisatie en leiden van trektochten
* Animatie van groepen en trektochten, kunst/folklore &
geschiedenis van
* Vlaanderen resp.België (streekgebonden) Rechten en
plichten van de Gids : wetgeving, juridische en rijvaardigheidsverantwoordelijkheid
* Topografie – Oriëntatie – Kaartlezen :
gevorderd
* EHBO bij paarden : gevorderd
* Voeding van het paard : berekening, uitvoering en praktische
kennis
* Kennis en bescherming van de natuur : gevorderd
* Rassen, kleuren, veearts -beschrijving en identificatie
van paarden
* Packing-technieken, rijden met lastpaarden, lastverdeling,materiaalkeuze
( o.a. zadels,pakzadels,bitten)
* Wetgeving, wegcode en verkeer en grensoverschrijdende verplichtingen
* Rijden en gidsen :
- in groep
- op de openbare weg en in het terrein
- met lastdieren
- 12. Trainen van wandel- & recreatiepaarden (trail-technieken)
- EHBO Ruiter : brevet “Helper”( te leveren door
het Rode Kruis van België )
4.2. Praktijk Trektocht-examen
a) Elke kandidaat zal een trektocht van minstens 5 dagen organiseren.
In principe zal deze trektocht overeenkomen met de vereisten
van deze van “Begeleider”” maar zal langer
duren zowel in tijd als in afstand. Alle deelnemende ruiters
aan dit trektocht-examen moeten minstens het Bloso-wandelbrevet
( of A-brevet ) bezitten. Het traject zal verkend worden door
de kandidaat en er zal speciaal gelet worden op de organisatie,
het gidsen en de veiligheid van paarden en ruiters evenals
de groepsanimatie, de groepssfeer en de aanvaarde en uitgevoerde
autoriteit. Deze trektocht zal beoordeeld worden door een
“Meester-Trekruiter” bijgestaan door een VVR-bestuurslid
( effectieve groepsleiding en organisatie = 100 punten
b) Elke kandidaat zal een totaal -project voor een trektocht
van één dag opmaken met de klemtoon op de streekgebonden
geschiedenis, kunst, folklore, natuur, architectuur.De kandidaat
is vrij in zijn/haar keuze. Het project zal naast de reeds
opgesomde punten eveneens een bewegwijzerde uitstippeling
bevatten met opgave van pleisterplaatsen, picknick -plaats,
veeartsen, hoefsmeden enz.. Er zal door de pedagogische commissie
een limiet -datum vastgelegd worden voor het inleveren van
het project.
c) De kandidaat zal eveneens, tijdens de seminaries, een onderdeel
van de te onderwijzen niet-gespecialiseerde materie zelf verzorgen.
De kandidaten komen dit overeen met de Pedagogische Commissie.
Dit eindwerk welke door de kandidaat zal gegeven en verdedigd
worden tijdens de seminaries voor zijn/haar collega’s
en de leden van de Pedagogische Commissie. Dit eindwerk zal
in verschillende exemplaren opgemaakt worden en overhandigd
worden aan de andere kandidaten evenals aan de leden van de
Pedagogische Commissie.
d) De kandidaat zal bewijzen een groep te kunnen animeren
tijdens een meerdaagse tocht, alle groepsproblemen te kunnen
oplossen en de groepssfeer te kunnen behouden zelf in probleemsituaties.
MEESTER-TREKRUITER - VVR
1. Doel van de opleiding
De “Meester-Trekruiter”
is dé hooggeschoolde technicus binnen de VVR. Hij/zij
heeft een grote verantwoordelijkheidszin en een uitgesproken
en onbetwiste autoriteit en managementstijl. De “Meester-Trekruiter”
zal de opleiding van de “Begeleiders” en “Gidsen”
verzorgen en leiden en is terzelfdertijd animator, lesgever,
organisator, raadgever en specialist in trektochttechnieken
en helpt mee autonome trektocht -activiteiten te ontwikkelen
in zijn regio. Dit VVR-specialisatie - brevet is het derde
en laatste kaderbrevet. Alle “Meester-Trekruiters”
maken automatisch deel uit van de Pedagogische Commissie en
zullen als dusdanig mede helpen opbouwen resp. aanpassen van
de benodigde leerstof.
2. Aanvraag
De kandidaat “Meester-Trekruiter” moet schriftelijk
zijn kandidatuur stellen bij de Pedagogische Commissie VVR.
3. Voorwaarden
De kandidaat moet: · In regel van VVR -lidmaatschap
zijn
· Minimum 30 jaar zijn op de datum van het examen
· Op rijvaardigheidsniveau het Bloso -examenniveau
“Initiator”
· Het brevet “Gids” bezitten sinds minstens
3 jaar
· Minstens 6 opeenvolgende activiteitsjaren binnen
het recreatief- of vrijetijds rijden actief zijn en/of trektochten
kunnen aantonen
4. Inhoud
4.1. Technieken en Praktijk
. 1 . Animeren en coachen van groepen
· 2 . Management van - en leiderschapstechnieken in
- het leiden van een vrijetijdsvereniging
· 3 . Richtlijnen, wetgeving en verantwoordelijkheid
van/in een VZW
· 4 . Financieel beheer en verplichtingen van een vrijetijdsgroepering
· 5 . Lesgeven en onderricht aan volwassenen
· 6 . Trainen van het recreatiepaard (trainingsopbouw,
trainingstechnieken)
4.2. Eindwerk
De kandidaat zal een
eindwerk voorstellen aangaande een onderdeel van het recreatief
rijden. De keuze is vrij maar moet een meerwaarde inhouden
ten overstaan van de aangeleerde resp. aan te leren materie
binnen het recreatief paardrijden. De inhoud ervan zal ter
goedkeuring voorgesteld worden aan Voorzitter van de Pedagogische
Commissie samen met de schriftelijke kandidatuursaanvraag.
Dit eindwerk moet gericht zijn aan de Voorzitter van de Pedagogische
Commissie minstens één maand vooraleer de kandidaat
opgeroepen wordt om zijn eindwerk te verdedigen voor de jury.
Dit opdat de jury het zou kunnen doornemen en zich voorbereiden
voor het examen. De kandidaat zal, in de mate van het mogelijke,
in zijn eindwerk gebruik maken van audio-visuele technieken.
|