04-07-08  Nieuw VVR-magazine

Een nieuwe cover en nieuwe interessante onderwerpen:

06-06-08  Ontdek het nieuwe Huilewindpad

Nieuwe ruiterroute in Vlaams-Brabant

04-04-08  TREK 2008 - De trekruiter kent geen (taal)grenzen

Na Bornem, Zottegem en de Voorkempen vond het bestuur van de VVR/LRV dat het hoog tijd was om voor zijn 11de editie terug naar de Ardense hoogvlakten te trekken. In tegenstelling tot wat de politieke wereld ons wil doen geloven kent de trekruiter geen grenzen.

31-03-08  Nieuw VVR magazine!

Lente, hopelijk binnenkort ook mooi wandelweer en dus ook een nieuw VVR magazine.

17-03-08  Workshop lederbewerking op Flanders Horse Expo

Lederbewerking is de kunst van de professionele zadelmaker. Toch is het altijd meegenomen dat je als paardenliefhebber kleine lederherstellingen zelf kan uitvoeren, met behulp van een lederherstelkit.

 

 

VVR BEGELEIDER

1. Doel van de opleiding
De "Begeleider" is de persoon die de praktische begeleiding van de trektocht op zich neemt en de "Gids" bijstaat tijdens de uitvoering van de trektocht. Zo zal hij/zij o.a. de ruiters ondersteunen en helpen bij op- en afzadelen, controle van paard en ruiter bij vertrek en aankomst, helpen bij praktische installatie van paarden en ruiters, instaan voor de voeding en het drenken van de paarden en als colonnesluiter fungeren tijdens de tocht zelf.

De "Gids" zal steeds op hem beroep kunnen doen bij gebeurlijke ongevallen, bij het eventuele beslaan van paarden en hem de verantwoordelijkheid kunnen overdragen van de groep indien zijn aanwezigheid hem bvb. noodzaakt een gekwetst dier of ruiter te begeleiden.

De "Begeleider" zorgt ervoor dat de colonne bij het buitenrijden aangesloten blijft en verwittigt de gids in geval van problemen.

2. Aanvraag
De kandidaat "Begeleider" moet schriftelijk zijn kandidatuur stellen bij het bestuur van de VVR of diens Pedagogische Commissie. Het brevet van "Begeleider" is het eerste kaderbrevet binnen het recreatierijden.

3. Voorwaarden
De kandidaat moet:
- In regel van VVR-lidmaatschap zijn
- Minimum 18 jaar zijn op de datum van het examen
- Op rijvaardigheidsniveau het B-brevet of Sportief Ruiterbewijs (Bloso) bezitten
- Een ½ dag trektocht zonder zadel hebben volbracht ( attest te leveren door een gebrevetteerd bestuurslid van het FFE,VFAR of van het VVR )
- Het basis-brevet van het Rode Kruis bezitten en/of afleggen

4. Inhoud

4.1. Technieken
* Hoefsmederij : praktijk = hoefijzer af- en aandoen, nagel terug inzetten Knopen
* Lederbewerking : eenvoudige reparatie van zadel en tuig
* Topografie - Oriëntatie - Kaartlezen : basisprincipes
* EHBO bij paarden
* Voedingsbehoeften van het paard
* Kennis en bescherming van de natuur
* Giftige planten en struiken voor het paard
* Trektochttechnieken en organisatie
* Wetgeving, wegcode en verkeer
* Rijden:
- in groep
- op de openbare weg
- in het terrein
* Etiquette en wellevendheid te paard
* Brevet Rode Kruis : basisbrevet ( te leveren door Rode Kruis van België )

4.2. Praktijk
Elke kandidaat zal een trektocht van minstens 2 dagen volgen als "begeleider" onder het toezicht van een gebrevetteerd Gids. Tijdens deze trektocht zal er tevens op gewezen worden welke punten speciaal moeten in acht genomen en/of verbeterd worden ( effectieve ondersteuning van de gids = 60 punten )

Elke kandidaat zal een trektocht van één dag organiseren als zelfstandig organisator en gids. Er zal door de pedagogische commissie een datum vastgelegd worden en een - voor de kandidaat onvertrouwde - streek opgegeven worden.

 

GIDS - VVR

1. Doel van de opleiding
De “Gids” is de persoon die de absolute leiding van de trektocht op zich neemt. Hij/zij heeft een grote verantwoordelijkheidszin en een uitgesproken en onbetwiste autoriteit.. De “Gids” heeft de totale voorbereiding en de uitvoering van de trektocht onder zijn bevoegdheid en controle en is dé groepsverantwoordelijke. Zijn beslissingen zullen onbetwist worden aanvaard en hij/zij zal steeds waken over de veiligheid en het comfort van paarden en ruiters. De “Gids” zal ook op het terrein steeds de groep leiden en gidsen en alle gevaarlijke situaties vermijden het wettelijk begrip van “goed huisvader” indachtig.

De “Gids” zal steeds beroep kunnen doen op en ondersteund worden door een “Begeleider” met wie hij/zij in hecht teamverband zullen werken.De “Gids” beslist in eer en geweten aan wie hij/zij zijn/haar verantwoordelijkheid over zal dragen indien hij/zij genoodzaakt wordt zich van de groep te verwijderen zoals bvb. bij het begeleiden van een geaccidenteerd paard of ruiter.Dit VVR -specialisatie -brevet is het tweede VVR - kaderbrevet ! Hij/zij zal ook aan de groep de nodige streekgebonden informatie verschaffen over bezienswaardigheden, kunst, geschiedenis of folklore zodat én sport én cultuur verenigd worden.

2. Aanvraag
De kandidaat “Gids” moet schriftelijk zijn/haar kandidatuur stellen bij de Pedagogische Commissie VVR.

3. Voorwaarden
De kandidaat moet: · In regel van VVR-lidmaatschap zijn
· Minimum 21 jaar zijn op de datum van het examen
· Op rijvaardigheidsniveau een opgelegde “trail-rijvaardigheidsproef” afleggen, houders van het Bloso-examenniveau “Initiator” of gelijkwaardig niveau worden hiervan vrijgesteld
· Het brevet “Begeleider” bezitten sinds minstens één jaar
· Het brevet “Helper” van het Rode Kruis bezitten en/of afleggen

4. Inhoud

4.1. Technieken

* Organisatie en leiden van trektochten
* Animatie van groepen en trektochten, kunst/folklore & geschiedenis van
* Vlaanderen resp.België (streekgebonden) Rechten en plichten van de Gids : wetgeving, juridische en rijvaardigheidsverantwoordelijkheid
* Topografie – Oriëntatie – Kaartlezen : gevorderd
* EHBO bij paarden : gevorderd
* Voeding van het paard : berekening, uitvoering en praktische kennis
* Kennis en bescherming van de natuur : gevorderd
* Rassen, kleuren, veearts -beschrijving en identificatie van paarden
* Packing-technieken, rijden met lastpaarden, lastverdeling,materiaalkeuze
( o.a. zadels,pakzadels,bitten)
* Wetgeving, wegcode en verkeer en grensoverschrijdende verplichtingen
* Rijden en gidsen :
- in groep
- op de openbare weg en in het terrein
- met lastdieren
- 12. Trainen van wandel- & recreatiepaarden (trail-technieken)
- EHBO Ruiter : brevet “Helper”( te leveren door het Rode Kruis van België )


4.2. Praktijk
Trektocht-examen
a) Elke kandidaat zal een trektocht van minstens 5 dagen organiseren. In principe zal deze trektocht overeenkomen met de vereisten van deze van “Begeleider”” maar zal langer duren zowel in tijd als in afstand. Alle deelnemende ruiters aan dit trektocht-examen moeten minstens het Bloso-wandelbrevet ( of A-brevet ) bezitten. Het traject zal verkend worden door de kandidaat en er zal speciaal gelet worden op de organisatie, het gidsen en de veiligheid van paarden en ruiters evenals de groepsanimatie, de groepssfeer en de aanvaarde en uitgevoerde autoriteit. Deze trektocht zal beoordeeld worden door een “Meester-Trekruiter” bijgestaan door een VVR-bestuurslid ( effectieve groepsleiding en organisatie = 100 punten

b) Elke kandidaat zal een totaal -project voor een trektocht van één dag opmaken met de klemtoon op de streekgebonden geschiedenis, kunst, folklore, natuur, architectuur.De kandidaat is vrij in zijn/haar keuze. Het project zal naast de reeds opgesomde punten eveneens een bewegwijzerde uitstippeling bevatten met opgave van pleisterplaatsen, picknick -plaats, veeartsen, hoefsmeden enz.. Er zal door de pedagogische commissie een limiet -datum vastgelegd worden voor het inleveren van het project.

c) De kandidaat zal eveneens, tijdens de seminaries, een onderdeel van de te onderwijzen niet-gespecialiseerde materie zelf verzorgen. De kandidaten komen dit overeen met de Pedagogische Commissie. Dit eindwerk welke door de kandidaat zal gegeven en verdedigd worden tijdens de seminaries voor zijn/haar collega’s en de leden van de Pedagogische Commissie. Dit eindwerk zal in verschillende exemplaren opgemaakt worden en overhandigd worden aan de andere kandidaten evenals aan de leden van de Pedagogische Commissie.

d) De kandidaat zal bewijzen een groep te kunnen animeren tijdens een meerdaagse tocht, alle groepsproblemen te kunnen oplossen en de groepssfeer te kunnen behouden zelf in probleemsituaties.



MEESTER-TREKRUITER - VVR

1. Doel van de opleiding
De “Meester-Trekruiter” is dé hooggeschoolde technicus binnen de VVR. Hij/zij heeft een grote verantwoordelijkheidszin en een uitgesproken en onbetwiste autoriteit en managementstijl. De “Meester-Trekruiter” zal de opleiding van de “Begeleiders” en “Gidsen” verzorgen en leiden en is terzelfdertijd animator, lesgever, organisator, raadgever en specialist in trektochttechnieken en helpt mee autonome trektocht -activiteiten te ontwikkelen in zijn regio. Dit VVR-specialisatie - brevet is het derde en laatste kaderbrevet. Alle “Meester-Trekruiters” maken automatisch deel uit van de Pedagogische Commissie en zullen als dusdanig mede helpen opbouwen resp. aanpassen van de benodigde leerstof.

2. Aanvraag
De kandidaat “Meester-Trekruiter” moet schriftelijk zijn kandidatuur stellen bij de Pedagogische Commissie VVR.

3. Voorwaarden
De kandidaat moet:
· In regel van VVR -lidmaatschap zijn
· Minimum 30 jaar zijn op de datum van het examen
· Op rijvaardigheidsniveau het Bloso -examenniveau “Initiator”
· Het brevet “Gids” bezitten sinds minstens 3 jaar
· Minstens 6 opeenvolgende activiteitsjaren binnen het recreatief- of vrijetijds rijden actief zijn en/of trektochten kunnen aantonen

4. Inhoud

4.1. Technieken en Praktijk

. 1 . Animeren en coachen van groepen
· 2 . Management van - en leiderschapstechnieken in - het leiden van een vrijetijdsvereniging
· 3 . Richtlijnen, wetgeving en verantwoordelijkheid van/in een VZW
· 4 . Financieel beheer en verplichtingen van een vrijetijdsgroepering
· 5 . Lesgeven en onderricht aan volwassenen
· 6 . Trainen van het recreatiepaard (trainingsopbouw, trainingstechnieken)


4.2. Eindwerk
De kandidaat zal een eindwerk voorstellen aangaande een onderdeel van het recreatief rijden. De keuze is vrij maar moet een meerwaarde inhouden ten overstaan van de aangeleerde resp. aan te leren materie binnen het recreatief paardrijden. De inhoud ervan zal ter goedkeuring voorgesteld worden aan Voorzitter van de Pedagogische Commissie samen met de schriftelijke kandidatuursaanvraag. Dit eindwerk moet gericht zijn aan de Voorzitter van de Pedagogische Commissie minstens één maand vooraleer de kandidaat opgeroepen wordt om zijn eindwerk te verdedigen voor de jury. Dit opdat de jury het zou kunnen doornemen en zich voorbereiden voor het examen. De kandidaat zal, in de mate van het mogelijke, in zijn eindwerk gebruik maken van audio-visuele technieken.

 

© Ruiterpaden | Design: Pweb-solutions